Op 6 februari 2026 om 13:30 uur bij de Tolhuistuin te Amsterdam vond de studiemiddag en Algemene Ledenvergadering van de Vereniging voor Auteursrecht plaats. Het onderwerp van de studiemiddag was “De Pastiche-exceptie in het Europese auteursrecht”.

Tijdens deze studiemiddag is terra incognita verkend: de pastiche-exceptie in het auteursrecht (art. 18b Aw; art. 5(3)(k) Arl 2001). In Pelham II, zaak C-590/23, heeft het Bundesgerichtshof prejudiciële vragen gesteld betreffende het begrip ‘pastiche’ en het toepassingsgebied van de exceptie. Is ‘pastiche’ een autonoom begrip van het Unierecht? Moet aan bepaalde criteria zijn voldaan, zoals het vereiste van humor, stijlimitatie of eerbetoon? Is de pastiche-exceptie breder dan de parodieregeling die in Deckmyn, zaak C‑201/13, al aan de orde is geweest? Bevat het artikel een fair use-achtige regel die misschien zelfs user-generated content en AI-output zou kunnen omvatten?

Deze en verdere vragen stonden tijdens de studiemiddag centraal. Het vertrekpunt vormde Duitse en Engelse rechtspraak waarin – al vóór de prejudiciële vragen in Pelham II – de uitleg en strekking van het begrip ‘pastiche’ aan de orde is geweest, gepresenteerd door Martin Senftleben. Daarna volgde een nadere analyse van de ontwikkelingen op Europees niveau: de vragen die in Pelham II werden voorgelegd aan het HvJ en de gedetailleerde bespreking van deze vragen in de uitgebreide opinie van AG Emiliou van 17 juni 2025. Deze presentatie is gegeven door Luna Schumacher. Aangezien Pelham II betrekking heeft op sound sampling sloten we dit eerste gedeelte van het programma af met een presentatie van Bindu de Knocke over mogelijke gevolgen op dat terrein.

In het tweede gedeelte van het programma stond de bredere dimensie van het pastichedebat centraal. João Pedro Quintais gaf de eerste presentatie van de tweede helft. De prejudiciële vragen die het Bundesgerichtshof heeft geformuleerd laten duidelijk zien dat de pastiche-exceptie een brede scope zou kunnen hebben. Zou art. 18b Aw een vangnet kunnen vormen voor verschillende vormen van gebruik waarbij sprake is van een artistieke uiteenzetting met een bestaand werk of ander materiaal? Aangezien het begrip ‘pastiche’ verschillende connotaties en facetten heeft, is een elastische toepassing van de exceptie in beginsel denkbaar. Dirk Visser ging in zijn presentatie op zoek naar mogelijke toepassingsgebieden: van appropriation art via user-generated content naar AI-output. Is het voldoende dat creatief hergebruik bestaande werken op een transformatieve manier aan elkaar koppelt of met elkaar combineert? Is een medley, mashup of andere vorm van remix van beschermd materiaal automatisch een pastiche? En zo ja, wat zou dat betekenen op het terrein van creatief hergebruik in de kunstwereld (appropriation art), op online platforms, zoals YouTube (user-generated content) en in de context van AI? Brengt brede toepassing van de pastiche-exceptie in het licht van de driestappentoets de verplichting met zich mee vergoedingen aan cbo’s te betalen (‘betaalpastiche’)? Een paneldiscussie die verschillende duidingen van het begrip ‘pastiche’ en potentiële gevolgen voor de praktijk samenbrengt, vormde de afronding van deze studiemiddag.